Het land van de Katharen

De Languedoc wordt ook wel het land van de Katharen – le pays Cathares - genoemd. De Aude is genoemd naar de rivier de Aude, die kronkelend zijn weg baant van de Pyreneeën naar de Middellandse Zee. In deze streek vindt u veel bezienswaardigheden, want de geschiedenis van de Aude is zeer interessant.

Het beroemste verhaal van de Languedoc is wel de kruistocht tegen de Katharen. Er bestaat in de Rooms Katholiek Kerk geen bloediger hoofdstuk dan de strijd tegen de Katharen. Het Katharisme ontplooide zich in de loop van de 12 eeuw in Zuid-frankrijk en Noord- Italië waar ze volgelingen uit alle lagen van de bevolking aantrokken. Ze vormden een regelrechte bedreiging van het traditionele Christendom.

Uiteindelijk werd in opdracht van de paus een einde gemaakt aan de opmars van het Katharisme. De manier waarop zij hun wrede lot aanvaarden en overtuigd van hun geloof de vuurdood tegemoet traden, spreekt nog altijd tot de verbeelding.

De massaslachting in Montségur in 1244, waarbij 225 Katharen op de brandstapel de dood vonden betekende het einde van het Katharisme. Meer hierover





Montségur is niet niet het laatste "chateau Cathare" dat valt. Queribus in de Corbières zal het nog meer dan 100 jaar uithouden, tot 1255. Maar Montségur was de hoofdzetel van de religie: een klap die ze nooit meer te boven zullen komen.
Het zal echter nog tot bijna halverwege de 14de eeuw duren voor de inquisitie zijn slag helemaal thuishaalt en de kathaarse religie volledig is uitgeroeid.


Daarna hield men alleen in Montaillou en omgeving nog vast aan het Kathaarse geloof, totdat de inquisitie in 1320 ook hier schoon schip maakte. De verslagen van de verhoren van de inwoners dienden als basis voor het boek: “Een ketters dorp in de Pyreneeën” (Emmanuel le Roy Laduire) en “De laatste Katharen” (René Weis)




De taal Langue D’oc

De Franse taal is eigenlijk de taal van Noord-Frankrijk. In de Romeinse tijd werd het huidige Frankrijk door Galliërs bewoond. Tijdens de volksverhuizingen (5de Eeuw) vielen de Germaanse Franken Noord-Frankrijk binnen. Ze namen de taal van de lokale bevolking over, maar gaven land en taal hun naam. Door die toestroom van de Franken heeft de taal in het Noorden van Frankrijk zich los ontwikkeld van die van het Zuiden.
Doordat Parijs het politieke en geestelijke centrum van Noord-Frankrijk werd, werd het Parijse dialect de standaard voor Noord-frankrijk. In het zuiden kwam de langue d’oc- ook het Occitaans genoemd in de Middeleeuwen tot grote bloei en was eeuwenlang de moderne Romaanse taal met het meeste prestige.
In deze taal bezongen de troubadours bijvoorbeeld l’Art d’Amour, er was veel interesse voor muziek, dans, dichtkunst en literatuur. Met de uitbreiding van de politieke macht van Noord-Frankrijk over het Zuiden, onder andere na de kruistocht tegen de Katharen werd in de Languedoc het (Noord)-Frans ingevoerd. Nu nog begrijpt 48% van de bevolking Occitaans en wordt het door 28% van de bevolking nog steeds gesproken. Op straatnamen kan je dit nog altijd zien.

Voor meer informatie over de Katharen zie www.katharen.be


De leer van de Katharen

De Katharen baseerden hun leer op alleen het nieuwe testament en Kerkelijke dogma’s verwierpen ze, evenals het aanbidden van heiligenbeelden, de verering van kruizen, wonderen en relikwieën. De Katharen zetten geen religieuze gebouwen neer.
De Kathaarse leer kende twee principes: Het goede, de eeuwige God, en het Kwaad, belichaamd door de vergankelijke materiële wereld. De ziel hoort tot het Goede, maar sommige zielen worden aangetrokken door de materiële wereld. Door geboorte komt de ziel terecht in een wereldse huls, het lichaam, dat is afkomstig van het kwaad. Na zijn dood gaat de ziel weer op zoek naar zijn Geest, die in de Hemel is achtergebleven. Totdat hij hem teruggevonden heeft, wordt de ziel telkens weer geboren in een ander menselijk of dierlijk lichaam.
Degene die jong gedoopt waren, konden parfaits worden. Ze moesten dan kuis leven om geen nieuwe lichamen te maken die ronddolende zielen zou kunnen bevatten. Mochten geen vlees eten, elk dier huisvest immers een ziel, mochten niet de eed afleggen, niet liegen, niet doden, geen oorlog voeren en niet betrokken worden bij de rechtspraak.